Veel gestelde vragen IPM Rattenbeheersing

 
Inhoud:
1. Wanneer moet je als bedrijf gecertificeerd zijn?
2. Mag ik met een vakbekwaamheidsbewijs KBA-GB meteen rodenticiden inzetten?
3. Hoe kan ik mijn bedrijf laten certificeren?
4. Hoe verkrijg ik een bedrijfscertificaat?
5. Aan welke criteria moet mijn bedrijf voldoen om gecertificeerd te kunnen worden?
6. Wat zijn de kosten van certificering?
7. Voor welke terreinen geldt de toepassing ‘buitengebruik rodenticiden’?
8. Geldt voor buitengebruik een ‘terugkomfrequentie’ op basis van een aantal dagen?
9. Is deelname aan het resistentieonderzoek verplicht?
10. Voor welke locaties geldt het certificatieschema IPM Rattenbeheersing?
 
 
1. Wanneer moet je als bedrijf gecertificeerd zijn?
Als u als plaagdiermanagementbedrijf of agrariër op het eigen bedrijf na 1 januari 2017 anticoagulantia (rodenticiden) om gebouwen en voedselopslagplaatsen wilt gebruiken, dient u als bedrijf hiervoor gecertificeerd te zijn volgens de meest recente versie van het Certificatieschema IPM Rattenbeheersing. De uitvoerenden, zoals plaagdiertechnici en agrariërs, moeten in het bezit zijn van een vakbekwaamheidsdiploma en te werk te gaan volgens de meest recente versie van het Handboek beheersing rattenpopulaties om gebouwen en voedselopslagplaatsen. Dat heeft de overheid zo bepaald en dit is geregeld door het Ctgb via het wettelijk gebruiksvoorschrift (WG).
terug
 
2. Mag ik met een vakbekwaamheidsbewijs KBA-GB meteen rodenticiden buiten inzetten?
Nee, naast een persoonlijk vakbekwaamheidsbewijs, de KBA-BG, dient het bedrijf gecertificeerd te zijn conform het certificatieschema ‘IPM Rattenbeheersing’. Dit certificatieschema is van toepassing op al het professionele gebruik van rodenticiden rondom gebouwen en voedselopslagplaatsen. Dit houdt in dat de voorschriften gelden voor alle bedrijven, instanties en personen die dergelijke werkzaamheden verrichten, zoals: plaagdiermanagementbedrijven, agrarische ondernemers of gemeentelijke diensten.
terug
 
3. Hoe kan ik mijn bedrijf laten certificeren?
Hiertoe dient u het KPMB Aanvraagformulier Bedrijfsregistratie volledig ingevuld aan de stichting te versturen. Na ontvangst van uw bedrijfscertificaat van uw C.I wordt uw bedrijf opgenomen in het KPMB-register.
Tijdens de overgangsperiode, tot 1 juni 2017, kunt u tijdelijk in het register opgenomen worden na ontvangst van het KPMB Aanvraagformulier Bedrijfsregistratie, aangevuld met het formulier IPM-Rattenbeheersing. Hiertoe dient u geregistreerd te staan bij de inspectie leefomgeving en transport (ILT) en een overeenkomst met een erkende certificerende instantie, inclusief een auditdatum vóór 1 juni 2017, te hebben.
 
Agrariërs kunnen zich onder dezelfde voorwaarden als hiervoor genoemd, registreren voor KBA-GB bedrijfscertificering bij Bureau Erkenningen. Nadat de door u gekozen certificerende instantie tijdens een audit heeft vastgesteld dat uw bedrijf conform de norm werkt, zal dit worden bevestigd richting Bureau Erkenningen en zal uw (pre)registratie worden omgezet in een definitieve registratie.
terug
 
4. Hoe verkrijg ik een bedrijfscertificaat?
Bedrijven kunnen zich wenden tot één van de Certificerende Instanties (C.I.’s) waar stichting KPMB een overeenkomst mee heeft afgesloten. Deze zijn te vinden in het register op de KPMB-website en bij aanmelding in het bedrijfsregister voor agrarische bedrijven op www.erkenningen.nl. Nadat akkoord is gegeven op een offerte, wordt in onderling overleg een afspraak gemaakt voor een datum waarop de audit plaatsvindt. Als tijdens de audit wordt vastgesteld dat het bedrijf conform het certificatieschema werkt, verkrijgt men een bedrijfscertificaat.
terug
 
5. Aan welke criteria moet mijn bedrijf voldoen om gecertificeerd te kunnen worden?
Op de KPMB-website, onder het tabblad IPM-Rattenbeheersing vindt u links naar de geldende documenten, zijnde: het Certificatieschema en het Interpretatiedocument. Bij wijzigingen ontvangen de deelnemende bedrijven tijdig bericht met de aangepaste documenten. Voorgestelde wijzigingen worden eerst besproken in het Centraal College van Deskundigen (CCvD), waarna besluiten ter bekrachtiging worden voorgelegd aan het bestuur.
terug
 
6. Wat zijn de kosten van certificering?
De kosten voor certificering bestaan uit de (audit)kosten van een certificerende instantie (C.I.) en een jaarlijkse afdracht aan de stichting KPMB voor onderhoud van het schema/handboek e.d. De afdrachten aan de stichting KPMB vindt u in het tabblad Deelnemen’. De tijdbesteding is opgenomen in het certificatieschema IPM Rattenbeheersing en is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) van de stichting KPMB. De tarieven die C.I.’s hanteren zijn niet bekend bij de stichting, hiertoe kunt u een offerte bij de C.I. van uw keuze opvragen. Voor opname in het register voor agrarische bedrijven KBA-GB gelden geen aanvullende kosten.
terug
 
7. Voor welke terreinen geldt de toepassing ‘buitengebruik rodenticiden’?
Het buitengebruik geldt voor terrein rondom gebouwen en voedselopslagplaatsen. Het gebruik van rodenticiden is niet toegelaten op percelen of overige (on)verharde terreinen.
Artikel 8.5.5 sub e schrijft: “Het biocide wordt uitsluitend toegepast in en om gebouwen en voedselopslagplaatsen.”
Artikel 8.5.5. sub g schrijft: “Bij de toepassing van biociden op andere terreinen dan natuurgebieden bepaalt de professional op basis van de risico-inventarisatie als bedoeld in art. 6.1 of buitengebruik verantwoord is met het oog op risico’s voor mens en dier en zo ja, op welke maximale afstand tot de buitengevel van een gebouw de biociden kunnen worden
geplaatst.”
In het interpretatiedocument is voor deze beide subartikelen een nadere toelichting opgenomen.
terug
 
8. Geldt voor buitengebruik een ‘terugkomfrequentie’ op basis van een aantal dagen?
Een zekere vorm van een terugkomfrequentie geldt er zeker, maar niet op basis van een vast aantal dagen. Op de etiketten van toegelaten middelen voor de bestrijding van ratten buiten (buitengebruik) staat aangegeven dat bedrijven gecertificeerd moeten zijn voor IPM-buitengebruik op basis van een protocol dat voldoet aan de eisen zoals die zijn vastgesteld en gepubliceerd door het Ctgb, zijnde conform certificatieschema IPM Rattenbeheersing.

Dat Ctgb-voorschrift is gebaseerd op het uitgangspunt dat alleen goed opgeleide professionele plaagdierbeheersers en agrariërs ratten buiten zullen bestrijden en dat ze zich tijdens een audit zullen verantwoorden voor hun keuzen in de manier waarop ze bestrijden. In het certificatieschema IPM Rattenbeheersing zijn onder meer paragrafen 8.5.6 en 8.5.7 van belang. Onderdeel hiervan is dat na vaststelling van opname van het rodenticide, de terugkomfrequentie wordt aangepast om ervoor te zorgen dat voldoende rodenticide beschikbaar blijft in het lokdepot en dat de versheid van het rodenticide is gegarandeerd.  Die verantwoording geschiedt via de audits voor de verplichte bedrijfscertificering. In principe kan degene die ter plekke bestrijdt dus bepalen wat een gepaste terugkomfrequentie is.
 
Dezelfde biociden kunnen soms ook gebruikt worden voor de bestrijding van muizen en ratten binnen (binnengebruik) gebouwen. Hiervoor geldt geen IPM-protocol en bedrijfscertificering en daarom worden op de etiketten meer richtlijnen gegeven voor die toepassingen, waaronder bijv. een terugkomfrequentie van een x-aantal dagen. Deze voorschriften op de verpakking dienen uiteraard te worden gevolgd.
 
Een opdrachtnemer kan beperkt afspraken maken met een opdrachtgever, bijvoorbeeld dat de opdrachtgever controleert of een rat of muis in de klem/val is gevangen. Om onjuiste informatie rondom de druk van plaagdieren te voorkomen mag de opdrachtgever geen verdere detectie- en analysehandelingen verrichten. De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van de bestrijding en die zal moeten kunnen aantonen dat die bestrijding op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. Bij het omgaan met en uitzetten van rodenticiden dienen (met in achtneming van bovenstaande) de voorschriften op de verpakking gevolgd te blijven worden. Dus voor producten met uitsluitend professionele gebruikers mag een particuliere/niet vakbekwame opdrachtgever zelf geen handelingen uitvoeren met deze producten.
terug
 
9. Is deelname aan het resistentieonderzoek verplicht?
In paragraaf 2.7 is een inspanningsverplichting opgenomen voor deelname aan het onderzoek naar resistentie bij de Wageningen Universiteit en Researchcentre (WUR). Dit is dus geen uitvoeringsverplichting. Deze inspanningsverplichting geldt voor locaties en gebieden waar weinig bekend is over mogelijke resistentie en regio’s met bestaande resistentie. Informatie over de deelname aan dit onderzoek en de resistentieontwikkeling in de verschillende gebieden is beschikbaar via www.bruinerat.nl.  
terug
 
10. Voor welke locaties geldt het certificatieschema IPM Rattenbeheersing?
Indien het bedrijf de mogelijkheid wenst te behouden om rondom gebouwen en voedselopslagplaatsen rodenticiden te kunnen gebruiken, is het bedrijf per 1 januari 2017 verplicht om zich te certificeren conform het certificatieschema ‘IPM Rattenbeheersing’. Het bedrijf kiest er dan voor om Integrated Pest Management (IPM) als basisprincipe te hanteren voor alle werkzaamheden rondom de beheersing van ratten. Dit brengt met zich mee dat op elke (project)locatie volgens dit principe wordt gewerkt. Op deze locaties zal derhalve in één van de IPM stappen worden gewerkt. Tijdens een audit zullen één of enkele van deze locaties worden bezocht om na te gaan of conform het certificatieschema wordt gewerkt.
terug