04-03-2013 - Plaagdiermanagement: zonder keurmerk in knagende onzekerheid

Weekblad Facilitair week 50 - 2012

De Nederlandse Vereniging van Plaagdiermanagement Bedrijven (NVPB) introduceert het Keurmerk Plaagdiermanagement. Deze nieuwe kwaliteitsnorm helpt de overlast van plaagdieren, zoals van ratten, muizen en insecten te elimineren, en het onnodige gebruik van biociden daartegen terug te brengen.

Met de invoering van het Keurmerk Plaagdiermanagement wil de branchevereniging NVPB de markt nog verder professionaliseren. Niet alleen op het gebied van uitvoering, maar ook op het gebied van transport, opslag, arbeidsomstandigheden, scholing en het toewijzen van verantwoordelijkheden. Volgens Conno de Ruijter, directeur Stichting CDG en als association manager betrokken bij het Keurmerk PMB, was de branche toe aan een dergelijk initiatief. ‘Het keurmerk geeft invulling aan zelfregulering voor de hele branche. Het zal de veiligheid verhogen voor mens en milieu en de kwaliteit van de dienstverlening waarborgen.’
Hoewel de Stichting Keurmerk PMB pas op 1 januari 2013 officieel wordt opgericht, is de opstart al voorspoedig ter hand genomen. Veertien bedrijven hebben hun certificaten al binnen en dit aantal zal de komende tijd oplopen. Zij fungeren daarmee als aanjager voor de overige bedrijven in de sector. Het keurmerk sluit aan bij de langzaam veranderende opstelling van de overheid op het gebied van inspecties. ‘Inmiddels gaan we uit van vertrouwen. Van het vertrouwen dat bedrijven het goed willen doen. We willen de inspectielast omlaag brengen zodat bedrijven die het zichtbaar goed doen met rust worden gelaten’, zegt Sipke Havinga van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Volgens Havinga is de branche toe aan een goed, degelijk keurmerk. ‘De afgelopen vier jaar hebben we ontzettend veel overtredingen gezien. Daarin zit een grote diversiteit. Bedrijven weten vaak te weinig over plaagdiermanagement. Dat heeft ook te maken met de huidige wetgeving die er soms voor zorgt dat er haast onwerkbare situaties ontstaan. De praktijk en de theoretische regelgeving lopen dan te ver uiteen. En met de nieuwe EU-regels wordt het er niet altijd gemakkelijker op.’

Extra inzet in 2013
De overlast door ongedierte is de laatste jaren niet of nauwelijks afgenomen in Nederland. Veel bedrijven overtreden de wet bij de bestrijding van plaagdieren. De overheid hanteert in voorkomende gevallen de regels te rigide. De opgelegde boetes zijn soms buitenproportioneel. Bij een muizenplaag loopt het vaak uit op ruzie tussen huurder en verhuurder. Bovenstaande opsomming en reacties tijdens het onlangs gehouden NVPB-symposium ‘De belanghebbenden bij kwaliteit’, tonen aan dat de komst van het keurmerk geen overbodige luxe is. Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) geeft aan dat er veranderingen wenselijk zijn bij het plaagdiermanagement in Nederland. ‘We hebben in Nederland veel overlast van ongedierte, te veel’, weet Ghislaine Mittendorff van de NVWA. ‘Over het keurmerk zelf heb ik geen mening, zoiets maakt voor onze inspecties vooralsnog weinig uit. Als wij een overtreding constateren dan treden we op. Een keurmerk doet daar niets aan af. Wel zullen wij als NVWA in 2013 extra gaan inzetten op de naleving van kwalitatieve ongediertebestrijding. Al onze inspecteurs zullen hiervoor een nascholing krijgen.’ De NVWA zal met de komst van het keurmerk echter wel degelijk geholpen zijn, blijkt uit de woorden van Mittendorff. ‘We gaan toe naar een kleinere overheid met minder regeldruk. Vanuit de sector wordt gevraagd om zogenoemde inspectievakanties, periodes waarin bedrijven hun zaakjes op orde krijgen of houden zonder dat ze steeds gecontroleerd worden door de NVWA of andere instanties. Feitelijk gaan we daar ook naar toe, we willen bedrijven zo min mogelijk overlast bezorgen. Voor ons is de centrale vraag daarbij: hoe vormen we een oordeel over een bedrijf? Een inspectie is toch altijd een momentopname.’ Vooral de invloed van het keurmerk op de zelfregulerende werking en het zelfreinigende vermogen binnen de sector kan de inspectielast in de toekomst danig verlagen.

Beschuit met muisjes
‘Het bestrijden van plaagdieren is meer dan doosjes neerzetten en een mooi digitaal systeem’, zegt Anne-Corine Vlaardingerbroek van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel. Het CBL is de branche-organisatie waar zo’n 4300 Nederlandse supermarkten bij zijn aangesloten. Vlaardingerbroek sprak tijdens het symposium als ‘de klant’. Haar lezing had de toepasselijke titel ‘Beschuit met muisjes 2.0.’ Als brancheorganisatie hebben we zelf al richtlijnen opgesteld. Het gaat daarbij met name om het weren van ongedierte en plaagdieren, niet zozeer het bestrijden ervan. Bij iedere supermarkt is er een persoon verantwoordelijk voor het plaagdiermanagement. Het schoonmaken van de winkels moet volgens een vaste planning verlopen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen moet tot een minimum beperkt blijven. En als het wel wordt gebruikt dan mag het nooit in het zicht van de klant.’ Dat het terugdringen van bestrijdingsmiddelen mogelijk is, maakte Maarten Boonstra van de Sonneveld Group duidelijk. Het bedrijf is leverancier van grondstoffen voor bakkerijen. Het meel in opslag is uiteraard meer dan interessant voor muizen. ‘Gezien onze producten is het uitgesloten dat we compleet muisvrij zijn’, vertelt Boonstra. ‘Maar door strenge protocollen te volgen hebben we in korte tijd grote stappen kunnen maken. Op 11.000 vierkante meter vloeroppervlakte zijn we teruggegaan van 100 kilo gif en 1000 muizen per jaar naar 0 kilo gif en 100 muizen per jaar. En dat puur door een betere preventie. Als we een muizenkeutel aantreffen in een pallet, gaat direct de hele pallet terug. Onze grondstoffen bewaren we standaard op 30 tot 50 centimeter van de grond en de muur en zo hebben we nog tal van richtlijnen die we gestructureerd opvolgen. Als deze zaken in een keurmerk opgenomen worden, dan zal het zeker meerwaarde hebben voor de hele sector’, aldus Boonstra. Bij Sonneveld werd bewust gekozen om te investeren in maatregelen die bijdragen aan de voedselveiligheid. Na een eerste piek in de kosten, begint het nu zijn vruchten af te werpen. Er is een verhoging van de voedselveiligheid, een vermindering van productschade en daarnaast wordt een positieve stap gezet op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. ‘Het keurmerk verbetert het imago en het resultaat van een bedrijf’, besluit Conno de Ruijter. ‘Het schept duidelijkheid naar zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. En ieder bedrijf kan het keurmerk aanvragen, ook zonder lid te zijn van de NVPB. Als stichting hopen we dit nu nog vrijwillige keurmerk in de toekomst ook algemeen verbindend te laten verklaren.’
Roland Duivis